Borstamputatie

Een borstamputatie wordt geadviseerd als:     

  • De tumor te groot is om borstsparend te opereren
  • Er zich meerdere tumoren in de borst bevinden
  • Na een borstsparende operatie blijkt dat er nog resten kwaadaardige cellen aanwezig zijn
  • Op voorhand al duidelijk is dat bestraling niet mogelijk is

Meestal kan na een borstamputatie bestraling achterwege blijven. Wanneer echter bij onderzoek na de operatie blijkt dat het gezwel toch te dicht is genaderd tot de randen van het weggenomen weefsel of als het gezwel groter dan 5 cm was, kan bestraling alsnog nodig zijn.

 

Platte borst

Bij een borstverwijdering wordt de gehele borst met tepel verwijderd. De onderliggende borstspier blijft gespaard. Het resultaat is een platte borst waarbij de ribben bedekt blijven door de borstspier. Het litteken loopt vanaf het borstbeen in een horizontale lijn tot in de oksel. De wond wordt meestal onderhuids gehecht waardoor er geen hechtingen verwijderd hoeven te worden.

 

Een borstamputatie is een verminkende operatie. De wond kan de eerste keer erg confronterend zijn. De verpleegkundige begeleidt patiënten hierin.

Na een borstamputatie wordt in het ziekenhuis een tijdelijke borstprothese aangemeten. Dit is een zachte vulling die ongeveer 6 weken gedragen wordt alvorens een definitieve borstprothese wordt aangeschaft. In deze weken heeft de wond de tijd om te genezen.