Hoe kies je de beste behandeling bij knieartrose of heupartrose?

Sinds 3 december jl. biedt de polikliniek orthopedie twee keuzehulpen voor patiënten: één voor knieartrose en één voor heupartrose. De poli orthopedie is de eerste polikliniek in het IJsselland Ziekenhuis die digitale keuzehulpen gaat toepassen.

Wat is een keuzehulp?
Een keuzehulp is een digitaal hulpmiddel. Het ondersteunt de patiënt én de specialist bij het samen beslissen over wat de beste behandeling is. Wat de beste behandeling is, verschilt immers per patiënt. In het IJsselland wordt de keuzehulp nu gebruikt bij patiënten met slijtage in de knie of de heup waarbij een operatie overwogen kan worden.

Hoe werkt een keuzehulp?
In de digitale keuzehulp staat informatie over de diagnose en alle behandelingen die hierbij mogelijk zijn. De patiënt leert welke voor- en nadelen elke behandeling heeft. Ook stelt een keuzehulp een aantal vragen die inzicht geven in de persoonlijke voorkeuren en de situatie van de patiënt. De keuzehulp toetst ook of de patiënt de informatie goed heeft begrepen.
De keuzehulp geeft nadrukkelijk géén behandeladvies.

Hoe ondersteunt een keuzehulp?
De patiënt vult de keuzehulp voorafgaand aan het tweede consult digitaal in. Na het invullen ontvangt de patiënt een samenvatting van de resultaten. De patiënt kan deze informatie nalezen en bijvoorbeeld bespreken met zijn naasten. Ook de specialist ontvangt deze samenvatting. Op basis van deze ingevulde keuzehulp zijn de patiënt en de specialist allebei goed voorbereid op de afspraak in het ziekenhuis. Samen beslissen zij welke behandeling op dit moment het beste bij de patiënt past.

Wat zijn de voordelen?
Het IJsselland is niet het eerste ziekenhuis dat start met digitale keuzehulpen. Andere ziekenhuizen in Nederland hebben de voordelen al ervaren: de patiënt is meer tevreden over de keuze en houdt zich beter aan de voorgeschreven therapie.

De afspraken tussen patiënten en hun artsen verlopen effectiever en efficiënter, omdat er meer voorbereiding is geweest. Telefoontjes achteraf zijn minder vaak nodig. Specialisten noemen de gesprekken met hun patiënten dan ook diepgaander en meer toegespitst. Daardoor is het eenvoudiger om tot een gezamenlijk besluit te komen.