De opleiding Operatieassistent

Niet alleen de kennis en vaardigheden, maar ook het ontwikkelen van een professionele beroepshouding dragen eraan bij dat je, samen met anderen, de patiënt optimale zorg kunt bieden.

Je bereikt dit doel door het volgen van lessen in verschillende vakken, gericht op kennis, vaardigheden en gedrag.

De opleiding tot operatieassistent begint met een beroepsvoorbereidende periode van zes maanden bij het Opleidingscentrum UMC Utrecht. In deze periode volg je voornamelijk theoretisch onderwijs en doorloop je enkele korte stages in het ziekenhuis.

Kijk voor meer informatie op de website van UMC Utrecht.

Werken en leren

Vervolgens word je aangesteld als leerling operatieassistent en ga je werken op de operatiekamer. Je leert het vak dus in de praktijk en gaat tegelijkertijd werken en leren met een eigen praktijkleerplan dat als basis dient voor de begeleiding die je tijdens je opleiding krijgt.

Theorie en praktijk

Het theoretische gedeelte van de opleiding bevat onder andere de vakken operatieve zorg en technieken, anatomie/fysiologie, ziekteleer, scheikunde, medische techniek, medisch rekenen en verpleegkunde. Zowel in theorie als in de praktijk leer je ook hoe je met patiënten en met medische techniek moet omgaan, hoe je met collega's samenwerkt en hoe je de kwaliteit van het vak kunt verbeteren en in stand houden.

Aan het eind van de opleiding ben je volledig in staat om de algemene werkzaamheden binnen de operatieafdeling zelfstandig te verrichten en de chirurg tijdens operaties te assisteren.

Afronding

Na afronding van de opleiding ontvang je het diploma Operatieassistent, dat landelijk erkend is. Ook word je opgenomen in het CZO-register Gediplomeerde Operatieassistenten.