4, 3 en 2 dagen vóór het onderzoek
4 dagen voor het onderzoek start u met een vezelbeperkt dieet. Dit betekent dat u bepaalde vezelrijke voedingsbestanddelen niet mag eten.
Vezels uit de voeding kunnen namelijk langer in de darm blijven. Ze kunnen aan de darmwand blijven 'plakken.' Vezels kunnen het zicht van de camera aan de scoop tijdens het onderzoek verstoren waardoor de arts misschien iets mist.
Wat u NIET mag eten:
- Volkoren graanproducten: brood met zaden en volkorenbrood, volkoren- en meergranenpasta en zilvervliesrijst.
- Vezelige groenten: asperges, bleekselderij, zuurkool, snijbonen, sperziebonen, prei, doperwten, peulvruchten, taugé, mais, champignons, tomaten, ui, knoflook, spinazie, andijvie, paprika’s en rauwkost.
- Bepaalde fruitsoorten: sinaasappel, grapefruit, mandarijnen, kiwi’s, bramen, druiven, aardbeien en gedroogde vruchten.
- Noten, pinda’s en zaden.
Wat u WEL mag eten:
- Beschuit, wit- of lichtbruinbrood met margarine of boter.
- Pannenkoek of poffertjes (NIET volkoren of meergranen).
- Magere vleeswaren (bijv. beenham, rosbief, kipfilet).
- Kaas, gekookt ei, hagelslag, chocopasta, honing, stroop en jam zonder pitjes.
- Zacht, rijp fruit of fruitconserven zonder pitjes, vezels of schil. Appelmoes, vruchtenmoes en banaan.
- Soep met stukjes vlees, vermicelli en/of soepballetjes (maar zonder groenten).
- Aardappelen, witte rijst, pasta en macaroni.
- Licht gebraden mager vlees (bijv. biefstuk, rundertartaar, hamlap, varkenshaas), vis of kip (zonder vel).
- Gaar gekookte groenten: jonge bietjes, bloemkool, broccoliroosjes, worteltjes.
- Vla, pudding, kwark of yoghurt.